Totaal aantal pageviews

maandag 30 juli 2012

Speelstraat

Drie dagen lang werd de helft van onze straat omgetoverd tot een speelparadijs voor kinderen. Het weer speelde mee met aangename temperaturen en een bijna regenloos parcours.

Vrijdag bleef het heel rustig en het bleek een perfecte inloopperiode met vooral de allerkleinsten die zich konden uitleven op de zachte kleurrijke reuzenblokken. In het thema ‘ballen’ hadden we voor oudere kinderen goals en ballen voorzien.

Zaterdag zoefden de fietsjes en go-carts door de straat en zondag kwamen de trampolines tevoorschijn voor een middagje springen.

Het verplichte polsbandje en bezoek van één van de ouders zorgde ervoor dat ook allochtone moeders gezellig bleven kletsen in het peuterhoekje.








Als afsluiting van drie dagen speelstraat zaten de volwassenen nog tot half tien samen bij de barbecue. Toen maakte een plensbui spijtig genoeg een einde aan het vertier. ’t Is goed geweest! Volgend jaar weer?  Bedankt Marijke en Katrien voor jullie feilloze organisatie.

maandag 23 juli 2012

Ken de buren: Stefaan


Meer info over theater Tol




Als er zo niets speciaals gebeurt in onze straat, vind ik het wel fijn om de buren aan mekaar voor te stellen via deze blog.Iemand moet de eerste zijn en daarom ging ik vandaag eens babbelen met Stefaan.
Stefaan is acteur die aan de kleine academie in Brussel heeft gestudeerd. Bij de opleiding ligt de nadruk op de beweging en dat gaf hem de perfecte achtergrond om 10 jaar geleden bij Theater Tol auditie te gaan doen. Deze theatergroep baseert zijn voorstellingen immers meer op muziek en dans dan op taal.
De betoverende, magische sfeer die ze weten te creëren fascineert jong en oud en dit tot over de landsgrenzen heen. Dat is mede de reden waarom ik vandaag dit stukje schrijf. Het was me ter ore gekomen dat Theater Tol meedoet aan het culturele luik van de Olympische Spelen en die spelen beginnen volgende week. Tijdens mijn gesprek met Stefaan vernam ik dat zij dit culturele luik mogen openen!
Hun voorstelling ‘Luce’ draait om het wielrennen en vertelt het verhaal van de competitie tussen de beroemde renners Coppi en Bartali en het romatische verhaal van Coppi en zijn minnares ‘La dama blanca’ Qua thema dus perfect passend bij de sport van de Spelen.
Twee weken lang zitten ze letterlijk in het oog van Londen en kunnen ze mee delen in de internationale sfeer van het Olympisch dorp.
Ze zijn ook sociaal bewogen, want ze beseffen maar al te goed, dat het feest van de Spelen niet voor iedereen is weggelegd. Ze zullen daarom ook enkele voorstellingen geven van hun stuk ‘Bells’ in de arme wijken van de grootstad. In ‘Bells’ draait de actie om een gemengd Indiaas-Westers huwelijk. Een Indisch-Londense dansgroep fleurt het huwelijk op en zwevende engeltjes zegenen het huwelijk in. Een feeëriek feest voor heel de familie.
Volg Stefaan, want mogelijk duikt hij op bij één van de ongetwijfeld veelvoudige reportages over de Spelen. Als je op de link klikt, dan schakel je door naar de site van Theater Tol voor meer achtergrond info.

woensdag 4 juli 2012

Je buren zijn belangrijk, zeggen onze buren.

Derde strofe: het laatste deel van het artikel in de Antwerpenaar.

"Oudere mensen mopperen”

Eén op drie Antwerpenaars is jonger dan 24. Oudere mensen mogen wat vriendelijker zijn tegen kinderen en jongeren, want die zijn in de meerderheid.

Miek: “Vroeger was het andersom, hé. Toen stonden jongeren op bus of tram op voor oudere mensen. Nu zie ik kinderen soms naar me kijken: ‘Zou je niet opstaan voor mij?’”
Maria: “Ik moet eerlijk zeggen dat het alleen maar de Marokkaanse jongeren zijn die rechtstaan voor mij.”
Sirka: “Ik las onlangs iets over oudere mensen die alsmaar langer ‘jong’ blijven, speels en vol leven. Maar, stond er, als er dan jongeren in de buurt lawaai maken, zijn ze opeens minder tolerant en willen ze niet gestoord worden. Het werkt dus langs twee kanten.”
Stefaan: “Het is wel zo – en dat is toch typisch Antwerps – dat oudere mensen graag mopperen op jongeren. Zo gauw ze iets doen, krijgen ze een preek. Er zijn best wel verzuurde oudere mensen, soms grappig om te zien. Je kan ook positief zijn tegen die jonge mensen. Het is een beetje geven en nemen.”

“Mensen worden banger”
De criminaliteit in Anwerpen steeg vorig jaar met vijf procent. Vooral handtasdiefstallen, inbraken in auto’s en diefstallen met geweld stegen. Voelen jullie je veilig op straat?

Miek: “Ik voel me niet onveilig hier en ik durf ’s avonds de straat op. Ik ben ook nog nooit lastig gevallen – dat heeft ook wel met mijn leeftijd te maken, denk ik – en ik heb niets meegemaakt, behalve inbraken in huizen. Maar dat heb je overal.”
Maria: “Weer denk ik dat je niet te snel mag generaliseren. De media zijn soms misschien wat te negatief, waardoor mensen banger worden. We durven niemand meer ter hulp te schieten, want we lezen in de krant over mensen die dan zelf in de problemen komen, bijvoorbeeld. Misschien is er in de pers te veel aandacht voor die negatieve dingen. Een vriendin van me is overvallen op de Kattenberg. Ze viel op de grond en ze gingen lopen met haar tas. Twee Marokkaanse mannen zijn er achteraan gegaan, ze hebben de dieven kunnen vatten en hebben mijn vriendin alles terugbezorgd. ‘Dat,’ zei mijn vriendin, ‘komt dan weer niet in de krant’.”
Stefaan: “De naam Borgerhout staat door de berichtgevingen nog altijd voor ‘gevaarlijk’. Ik kom voor mijn werk overal in Vlaanderen en als ze horen dat ik in Borgerhout woon, is dat van ‘oei, zo gevaarlijk daar’.”
Abdelaziz: “Dat maak ik ook mee! Ze denken dat we hier niet eens buiten durven te komen. Maar dat hier heel toffe mensen wonen, dat de solidariteit hier groot is, dat lezen ze niet.”
Maria: “Ik vind het nog altijd een verrijking, de diversiteit hier. Het is hier gezellig.”
Stefaan: “Ik heb hier geen enkel probleem, ik voel me hier goed en veilig. Ik weet alleen niet hoe je van die slechte naam afkomt.”
Sirka: “Ik denk dat dat stukje bij beetje wel komt. De jonge gezinnen die hier komen wonen, de hippe cafés die opengaan. Op termijn komt dat wel goed.”
Stefaan: “Alleen moeten we zien dat het hier niet te populair wordt! Het moet hier niet het nieuwe Zuid worden, hé.”

“Je buren zijn belangrijk”
Volgens een recent onderzoek is 90 procent van de Belgen tevreden met zijn buren. Toch zouden mensen in de stad vaak een echt buurtgevoel missen. Hoe zit dat bij jullie?
Abdelaziz: “Wij hebben een mooi contact samen. We gaan elk jaar samen eten, doen die Lentepoets, een barbecue, …”
Sirka: “We hebben vandaag een jarige buurvrouw, 88 jaar wordt ze. Vanochtend kreeg ik een mailtje van een andere buurvrouw: ‘Is het niet tijd voor een bloemetje?’ En dan leggen we samen. Dat is gewoon heel mooi, dat maakt dat ik hier zo graag woon.”
Stefaan: “Het mooie is dat het gewoon is gegroeid, door de Lentepoets, hét moment waarop we allemaal buiten komen. ‘Op welk nummer woon jij?’ is dan de meest gehoorde vraag. Dan leer je mensen op een ongedwongen, natuurlijke manier kennen. En voor je het weet, leg je samen voor een boeket.”
Abdelaziz: “Ik vind één keer per jaar gaan eten of een Lentepoets eigenlijk wel wat weinig. In Marokko heb je een gezegde: ‘Voor je een huis zoekt, zoek je buren’. De mensen in je straat zijn heel belangrijk, zeker in mijn thuisland. Daar loop je gewoon binnen bij elkaar en als je iets nodig hebt, weet je dat je buur je zal verder helpen. Ik zou het bijvoorbeeld geen probleem vinden om af en toe op een zaterdag een buur te helpen. Een kamer die moet worden geschilderd, elektriciteit nakijken, … Dat doe je toch gewoon voor elkaar als buren?”

dinsdag 3 juli 2012

De buren over verschillende culturen

Hier zijn we alweer! We blijven even bij de zaak en geven je het tweede deel van het interview in de Antwerpenaar.  Dit artikel lijkt me een mooie illustratie van de sfeer in onze straat, niet voor niets de tofste straat van Borgerhout! Deel 2:

“Het is de opvoeding, niet de cultuur”

Er leven maar liefst 173 nationaliteiten in Antwerpen en er zijn heel wat godsdiensten. Is Antwerpen een gastvrije stad?

Miek: “Van in de vijftiende eeuw al is Antwerpen een bekende havenstad die verschillende nationaliteiten aantrok. Dat is iets om trots op te zijn, al is het niet altijd evident. Als ik lees over wat er momenteel in Brussel gebeurt, hou ik mijn hart vast.”
Sirka: “Je kan Antwerpen niet vergelijken met andere steden, denk ik, net omdat het een havenstad is. Die beweging zie je niet in andere steden. En wat die diversiteit betreft: misschien hebben we er te lang een romantisch beeld van gehad. Diversiteit werkt volgens mij alleen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.”
Maria: “Ik woon hier het langste van ons allemaal, en ik heb toch een evolutie gezien die me zorgen baart. Je kan ’s avonds niet meer naar buiten, je durft bijna je handtas niet meer meenemen. En wat ik ook erg vind, is hoe vuil het hier geworden is. Voor mij is dat moeilijk. Ik kom nog uit een generatie waar op vrijdag de ijzeren emmers rammelden en iedereen op straat kwam om te poetsen.”
Miek: “Toen waren de vrouwen nog fulltime thuis. Emancipatie is een goede zaak, maar heeft natuurlijk wel gevolgen. Maar we hebben wél onze jaarlijkse Lentepoets! Die heeft toch iets teweeggebracht. Er is een grotere solidariteit onder de buren gekomen, vind ik. Laatst was er ingebroken…”
Stefaan: “Bij mij. Het was mooi om te zien: mijn buren hebben de politie gebeld en hebben gewacht bij de deur tot die er was.”
Miek: “Die solidariteit is echt iets van de laatste jaren. Vroeger leefden we meer naast elkaar.”
Sirka: “Het is een gevolg van een noodzaak. Doordat er meer inbraken zijn, hebben we meer nood aan solidariteit. De overheid kan wel een Lentepoets organiseren, maar het zijn de mensen die het een gezicht geven.”
Maria: “Je moet ook geluk hebben met je buren. De laatste vijf jaar zijn hier veel jonge gezinnen komen wonen. Het verschil is heel groot, het heeft de straat weer tot leven gebracht. En ja, verschillende culturen, dat is aanpassen. Maar veel heeft te maken met hoe je er zelf tegenover staat. Het gebeurt hoor, dat allochtone jongeren me uitdagen. Maar dan zeg ik gewoon: ‘Dag vrienden’, en dan zie je dat het verandert. Als je zelf boos wordt en gaat roepen, escaleren die dingen.”
Abdelaziz: “Wat niet wil zeggen dat ze mogen uitdagen.”
Maria: “Maar het zijn kinderen, ze moeten het gewoon nog leren.”
Stefaan: “Ik wil nog even inpikken op de propere straten. Daarin zie ik toch culturele verschillen. Ik ben opgevoed met de boodschap dat je niets op straat gooit, maar ik zie allochtonen dat constant doen. Ik kan er niets op zeggen, want het is een cultuurverschil. Ik kan alleen maar hopen dat het met verloop van tijd verandert.”
Abdelaziz: “Het heeft niets te maken met cultuur, hoor. Ik ben ook opgevoed met de boodschap dat het niet hoort. Het heeft te maken met ouders die dat hun kinderen niet meegeven. Jullie kennen mijn kinderen, die doen dat toch niet?”
Maria: “Jullie gezin is heel sociaal, jullie leven echt samen met ons. Terwijl er veel allochtone gezinnen zijn die veel geïsoleerder leven.”
Abdelaziz: “Ik ben hier al van mijn achttiende, mijn vrouw is naar hier gekomen in 1974. Ik denk dat dat een groot verschil maakt. Wij leven hier al lang. We leven hier samen met jullie. De jongeren die hier zijn geboren, daar zitten de problemen, volgens mij. Ze zitten tussen de twee werelden. Hun ouders vinden het zelf ook heel moeilijk.”
Miek: “Het is echt maar met een kleine groep dat er problemen zijn. Ik geef les in een school waar tachtig tot negentig procent van de leerlingen allochtoon is, maar wij hebben in onze school zo goed als geen problemen. Het gaat er respectvol aan toe, ondanks al die verschillende nationaliteiten.”
Abdelaziz: “Ik vind dat je niet mag denken in termen als: het zijn allochtone jongeren. Want niet alle allochtone jongeren zijn zo. Het is de opvoeding, niet de cultuur.”

maandag 2 juli 2012

De buren in DNA

Ik zet hier ook nog even het artikel uit DNA van enkele weken geleden omdat ik dat toch zo mooi vond.  Zo kan de oude blog dienen voor alleen maar de oude artikels.  Deel 2 en deel 3 komen er ook nog aan.

“Je moet geluk hebben met je buren”



Deel 1:
We zijn in Antwerpen met meer dan 500.000 en we zijn allemaal heel verschillend. Het is niet altijd gemakkelijk, maar wel boeiend. Dat weten ook de bewoners van de Sint-Mattheusstraat in Borgerhout. Wat vinden zij van Antwerpen vandaag? “Al die verschillen, dat is aanpassen. Maar veel heeft te maken met hoe je er zelf tegenover staat.”
“We kunnen toch geen woonquota invoeren?"
Antwerpen telt 506.000 inwoners. Tegen 2020 zouden dat er tussen de 526.000 en de 538.000 zijn. Is de stad volgens jullie groot genoeg voor al die mensen? En hoe kunnen we het aangenaam houden voor elkaar?
Stefaan: “Ik zie dat de stad zich voorbereidt op een groei. Er komen meer trams, ze rijden verder. De stad beseft dat ze niet alleen in aantal inwoners groeit, maar ook in oppervlakte. Dat is belangrijk, want de rest heb je niet in de hand.”
Miek: “Misschien moeten we toch denken aan een spreidingsplan, zoals voor de scholen. In de rand rond de stad heb je amper tien procent allochtonen in de scholen. Daar wordt het compleet wit.”
Stefaan: “Wij hebben in onze straat een heel mooie mix, maar dat kan je niet opleggen. Je kan geen woonquota invoeren, hé. Een stad is een stad, je blijft buurten houden die guurder zijn dan andere, die dynamiek kan je niet wegnemen. Dat maakt het ook boeiend.”
Abdelaziz: “Maar dat heeft ook te maken met de mogelijkheden. Mensen gaan in een wijk wonen door de prijzen die er worden gevraagd. Vroeger was het hier goedkoop, dat heeft veel allochtonen naar hier gelokt. En het is logisch dat je in de buurt gaat wonen van familie en vrienden, zeker als je uit een ander land komt. Toen ik uit Marokko naar hier kwam, ben ik in dezelfde straat gaan wonen als mijn familie.”
Maria: “Het is in elk geval iets dat ik heb zien evolueren. Er is een tijd geweest dat ik alleen nog tussen oudere mensen en Marokkanen leefde. Toen er jonge mensen naar hier kwamen, was dat echt een zegen. Het is een cadeau om hier te wonen nu.”
Abdelaziz: “We hebben geluk, ik zie ook andere straten. Buurten waar ik niet zou willen wonen. Je hebt die diversiteit nodig. Wij zijn gelukkig, omdat dat evenwicht er is.”
Maria: “Wat ik wél jammer vind, zijn de winkels in onze buurt. Veel van de buurtwinkels zijn verdwenen. Er zijn heel veel allochtone winkels in de plaats gekomen, met allemaal hetzelfde aanbod.”
Abdelaziz: “Een winkel openen is gemakkelijk, hé. Voor een Marokkaan is het in elk geval makkelijker dan een job vinden. Ga maar eens solliciteren als Marokkaan…”
Stefaan: “Er is niemand die hen dat kwalijk neemt, maar ik mis die verschillende dingen van vroeger. Een snoepwinkeltje, een krantenwinkel, een slager, een bakker.”
Abdelaziz: “Het is gewoon veel duurder geworden om een winkel te openen. Probeer maar eens een snoepwinkeltje rendabel te maken tegenwoordig.”

zondag 1 juli 2012

Herinnering speelstraat

In de zomer organiseren we voor drie dagen op vrijdag 27, zaterdag 28 en zondag 29 juli een superplezante speelstraat voor al de kinderen uit onze straat en de Tabernakelstraat in het stuk aan de kerk tussen Tabernakelstraat en Sint-Janstraat.
Elke dag heeft een eigen thema met aangepaste speeltjes.
Als je zelf geen kinderen hebt, ben je ook welkom om er gezellig te komen bij zitten en misschien wel mee te spelen; babbelen mag ook. Afhankelijk van het weer kunnen we tot 21 uur ook samen iets knabbelen, van de BBQ bijvoorbeeld.

De speelstraat is goedgekeurd met 99% van de stemmen. Dat is nogal eens een positieve kiesuitslag!